Bijna niemand heeft ooit van een ander netwerk gehoord dan het internet, met zijn eigen protocollen. Logisch, want het werd hét netwerk van de massa. Maar "netwerk" is een veel ouder en veel breder verhaal dan "internet".
Van Novell Netware tot satellietinternet: netwerken bestonden allang voor het internet er was.
De geïsoleerde machine
Voor er sprake was van enig netwerk, was de computer zelf al een hele wereld op zich. Ik heb nog in Assembler geprogrammeerd, rechtstreeks op een 8080-chip — de voorloper van de 8086, waar later de XT en de "zwaardere" AT uit zijn voortgekomen. Om één spelletje te installeren, moest je soms een hele stapel floppy's na elkaar inlezen.
Bij de IBM Systeem/23 stond de harde schijf niet in de machine zelf, maar ernaast, in een aparte "bak" van wel 50 kilo — naast wat toen letterlijk de mainframe heette. Toen ik in 1984 als student mijn eigen pc kocht, een XT-kloon, zat daar al een veel kleinere harde schijf in. Dat was precies waarom de pc zo'n revolutie was: hij kon plots evenveel als die mainframe, in een fractie van de ruimte. Ik heb in de jaren '80 zelf kloon-pc's verkocht en er upgrades in gedaan — een harde schijf vervangen, of een tweede schijf bijsteken. Een anekdote van toen: de eerste "test" van een "programmeur" bij een nieuwe pc was hem openschroeven met zijn kruistournevis en gewoon even de geheugenchips op het moederbord aanduwen.
Een plotter een affiche zien printen in vier kleuren was een belevenis. En op de matrixprinter maakten we portretten van bekende figuren, volledig opgebouwd uit karakters. Allemaal knap vakwerk. Maar geen van die machines "praatte" met een andere. Elke computer was een eiland.
Het eerste échte netwerk was geen internet
Jaren voor "het internet" een huishoudelijk begrip werd, verbonden wij al pc's op kantoor met elkaar via Novell Netware — een volledig eigen protocol, IPX/SPX, los van TCP/IP, het protocol waar het latere internet op zou draaien. Dat wás een netwerk: bestanden en printers delen binnen een bedrijf. Geen browser, geen website, geen wereldwijde verbinding — gewoon een lokaal netwerk, en voor die tijd al indrukwekkend.
Het geluid dat je nooit vergeet
Een heel ander soort netwerk was het BBS, het Bulletin Board System: een digitaal prikbord waar je met je modem naartoe belde, via de klassieke telefoonstekker en de vaste kopertelefoonlijn. Geen kantoornetwerk, geen lokaal protocol — een client-server-principe: uw modem belde in op de host-computer van het BBS, via het telefoonnet. Dat piepende, ruisende geluid van de modem die verbinding zocht, vergeet je nooit meer als je het hebt meegemaakt.
In diezelfde periode had je ook CB — Citizens Band radio: analoge radiozenders die vandaag nog altijd bestaan, bijvoorbeeld bij truckers. Geen modem, geen protocol, gewoon radiogolven, maar CB was toen wel een van de weinige manieren om zomaar de andere kant van de wereld te bereiken. De analoge wereld is stilaan aan het uitsterven, en dat is jammer: op analoog zit ruis, en net die ruis maakte het zo typisch.
Niet het CERN, maar het leger
Ondertussen groeide, los van kantoornetwerken en BBS'en, nog een derde netwerk-filosofie: ARPANET, gebouwd door het Amerikaanse ministerie van Defensie in de late jaren '60. Decentraal, zodat het bleef functioneren zelfs als delen ervan uitvielen. Dát is de echte oorsprong van het internet — niet het CERN. Tim Berners-Lee bij het CERN kwam pas veel later, eind jaren '80: hij bouwde geen netwerk, hij bouwde er een laag bovenop — het world wide web, met pagina's en links. Pas toen Netscape in 1994 de eerste echt toegankelijke browser op de markt bracht, werd dat web ook voor het grote publiek bruikbaar. Internet en web zijn dus niet hetzelfde.
Het geflopte idee dat zijn tijd vooruit was
Midden jaren '90 kwam Oracle met een radicaal idee: de Network Computer. Geen harde schijf, geen lokale software — alle rekenkracht en opslag zou op het netwerk zelf staan, het toestel op uw bureau was gewoon een venster ernaartoe. Het flopte compleet: de netwerken van toen waren simpelweg te traag om die belofte waar te maken. Maar het idee zelf was profetisch. Vandaag, met cloud computing, Chromebooks en streaming, doen we precies wat Oracle toen al voor ogen had — enkel dertig jaar later, met de infrastructuur die er toen nog niet was.
Eén netwerk om ze allemaal te verbinden
Kantoornetwerken zoals Netware, client-server-netwerken zoals BBS'en, en het gedecentraliseerde ARPANET: allemaal verschillende antwoorden op dezelfde vraag — hoe bereik je iets of iemand op afstand? Tegen het einde van de jaren '90 kwam daar de breedbandverbinding bij, via coaxkabel of glasvezel — de "fiber" waar vandaag zoveel reclame over gemaakt wordt, bestond dus toen al. Dat veranderde niet enkel het internet-gebeuren, maar het hele wereldbeeld. Globalisering was geboren. Van al die concurrerende netwerken werd er uiteindelijk één de norm voor de massa — niet omdat de andere verdwenen, maar omdat het internet het netwerk werd dat iedereen ging gebruiken, van de kmo tot uw grootmoeder.
Netwerken binnen het netwerk
Dit idee van communiceren buiten de officiële kanalen is trouwens niets nieuws, en het is ook nooit echt weg geweest. Zelf leidde ik in de jaren '80 twee vrije radiozenders in Antwerpen — 100% illegaal, en toch bleven we in de lucht. Diezelfde geest bestaat vandaag nog altijd, ditmaal digitaal: het internet werd wel het netwerk van de massa, maar niet omdat het idee van onafhankelijke, oncontroleerbare netwerken verdween. Het internet werd gewoon veiliger en gebruiksvriendelijker, waardoor de populariteit van de andere systemen afnam — maar verdwenen zijn ze nooit.
Begin jaren 2000 explodeerde P2P: programma's zoals WinMX, Napster en Kazaa lieten duizenden computers rechtstreeks met elkaar verbinden, zonder centrale server — vaak, laten we eerlijk zijn, voor pure piraterij van muziek en films. Napster had wél nog één centrale index-server, en dat werd zijn ondergang: in 2001 sleepte de platenindustrie het bedrijf voor de rechter en legde het plat — er was tenslotte één duidelijk bedrijf om aan te klagen. Precies daarom werden latere protocollen zoals BitTorrent volledig gedecentraliseerd gebouwd, zonder centrale server: The Pirate Bay, opgericht in 2003, overleefde tientallen rechtszaken en blokkades en bestaat vandaag nog altijd — juist omdat er niemand meer over is om aan te klagen. In essentie is dat exact hetzelfde principe waarmee ARPANET ooit begon: decentraal, zodat niets het geheel kan platleggen. Alleen nu gebruikt door gewone mensen, niet door het leger.
Het darknet trekt diezelfde lijn nog verder door: ondergrondse netwerken, bewust niet geïndexeerd, bewust anoniem. Nog altijd een netwerk binnen het netwerk, los van enige centrale controle — springlevend, vandaag vooral bevolkt door wie er bewust naar op zoek gaat. De massa surft op het internet. De nerds begeven zich in de netwerken daaronder.
Een waarschuwing is hier wel op zijn plaats: surf zelf niet naar het darknet. Het is er allesbehalve veilig.
Van kabel naar satelliet
Al die netwerken — Netware, BBS, ARPANET, P2P — hadden decennialang één ding gemeen: een kabel. Eerst de telefoonlijn, dan de netwerkkabel op kantoor, dan glasvezel. Draadloos was lang ondenkbaar. Pas met wifi kwam daar verandering in, en de jongste jaren evolueert het al even hard richting satellieten: duizenden kleine satellieten die rechtstreeks internet naar de aarde sturen, zonder kabel, zonder zendmast, zelfs zonder lokale telecomoperator. Van een koperdraad in een klassieke telefoonstekker naar een signaal rechtstreeks uit de ruimte — dat is toch een boeiende cirkel.
Decennialang draaide elk netwerk op kabels — vandaag steeds vaker op een signaal uit de ruimte.
Zeven lagen diep
Onder elk netwerk — Netware, een BBS, of het internet — liggen protocollen, laag op laag. Het OSI-model telt er zeven. De meeste mensen zien daar nooit iets van, maar wie er wél mee speelde, weet dat het geen abstracte theorie is. Ik herinner me nog hoe gamers in Quake 3 hun "maxpackets"-instelling in de config gingen opdrijven of net afknijpen, om bewust vertraging te veroorzaken bij hun tegenstander. Puur protocol-vakmanschap, ingezet om te winnen. Waar is de tijd.
De wolk bestaat niet
Vandaag praat iedereen over "de cloud" alsof het iets is dat zweeft. Allee, wolk, welke wolk? Het is gewoon een gigantisch, energieverslindend datacenter, ergens heel fysiek op de grond — of straks misschien onder water. Ook streaming is niets anders dan netwerken in optima forma: elke keer dat u een film start, praat uw scherm in real-time met een server ergens anders op de wereld. Microsoft experimenteert trouwens al met datacenters onder de zeespiegel, puur om de koeling — en dus het energieverbruik — onder controle te houden. Van "de cloud" naar letterlijk de diepzee, uit pure ecologische noodzaak.
Geen wolk, maar een gigantisch, energieverslindend datacenter — ergens heel fysiek op de grond.
Van portaalsite naar persoonlijke assistent
Naast Netscape ontstonden ook de eerste portaalsites: Yahoo — toen nog een gids, geen browser — en AltaVista, allebei stampvol met van alles en nog wat. Toch was Yahoo wel de eerste met een heus ecosysteem: naast de gids ook Yahoo Mail en tal van andere diensten, allemaal onder één dak. Het lege scherm van Google was in die tijd een echte verademing, en net dat minimalisme heeft Google groot gemaakt. Spijtig genoeg lijkt Google vandaag zelf weer steeds meer op die oude portaalsites: advertenties, kadertjes, widgets, overal wat. Misschien verklaart dat mee het huidige succes van AI — een AI-assistent toont precies het antwoord dat ú zoekt, zonder omweg. Noem het gerust uw persoonlijke browser.
En dan is er nog Sarah Connor
Met de huidige bouwwoede aan AI-datacenters kon ik een anekdote die ik deze week las niet missen: ze hebben Sarah Connor destijds in het gekkenhuis gestoken omdat ze bleef beweren dat AI de macht zou overnemen en er reusachtige datacenters gebouwd zouden worden. Vandaag zou niemand haar nog gek verklaren. Terminator als voorspelling in plaats van fictie — op zijn minst een vreemde gedachte.
Van Assembler op een 8080, over Netware en een piepende modem, tot P2P, satellieten en vandaag de cloud: ik heb niet het internet zien ontstaan, ik heb het netwerk zien uitgroeien tot massaproduct — en er onderhuids zien vertakken in netwerken voor wie er dieper induikt. En als de geschiedenis iets leert, is het dat er na "de cloud" ongetwijfeld nog iets nieuws komt dat we vandaag nog niet kunnen bedenken.
Gerelateerde pagina's
10/09/2026 Luc Siebens - Netwerkgeschiedenis Website Designer
